• Ik ben introvert. Ik hou van (sommige) mensen, maar ben er niet altijd handig mee, zeker niet in groep. Ik heb vaak het gevoel een rol te spelen. Aan verwachtingen te voldoen. Kritiek, al dan niet door mezelf, kaatst ik af door mezelf voor te houden dat die niet op mijn echte ik gericht is.

    Maar dat schild wordt kleiner. Zichtbaarder worden betekent dat er steeds minder is om achter te verschuilen. Ik probeer mezelf te tonen, met alle mindere kanten erbij, maar de moed ontbreekt nog te vaak.

    De spiegel maakt het nog harder. Waar kledij kracht gaf, legt ze nu mijn gebreken bloot. Mijn pruik voelt als een verkleedstuk, mijn make-up als een laag die niets verbergt. Alles wat ik gebruik om mezelf te tonen, bevestigt tegelijk de kloof tussen wie ik wil zijn en wie ik ben.

    Het voedt mijn imposter-syndroom. Het laat me aan alles twijfelen. Het fluistert dat ik niet echt ben. Het maakt elke stap verdacht; elke poging mislukt nog voordat ik hem zet. Twijfel. Schaamte. Verraad. Alsof ik een bedrieger in mijn eigen leven ben.

  • Ik vraag me al een tijdje af waarom deze reis zo zwaar weegt. Waarom ik niet gewoon kan genieten van elke stap vooruit. Tot ik besefte dat elke stap dichter bij Britt tegelijk een stap verder van Bart is. Waar ik vroeger verhalen van rouw bij transitie vreemd vond – je blijft toch dezelfde, alleen je expressie verandert? – merk ik nu dat ik er middenin zit.

    Nu mijn gezin betrokken is, HRT zijn eerste sporen nalaat en Britt zichtbaarder wordt, besef ik hoe groot de verandering werkelijk is. Ik draag geen lege rugzak. Ik heb 46 jaar aan ervaringen, kinderen die rekenen op stabiliteit, en een echtgenote die ooit haar hart aan Bart gaf. Zelfs los van de impact op mijn gezin voel ik hoe zwaar de herinneringen van Bart wegen. De vele foto’s in ons huis herinneren me aan onvoorstelbaar gelukkige momenten. Ik koester die, ik ben er trots op. Maar tegelijk voelt het soms alsof ik ze verraad.

    Toch weet ik dat dit erbij hoort. Rouw is nodig om te verwerken, om ruimte te maken voor nieuwe herinneringen. De pijn zal zachter worden.

    In deze kwetsbare periode lijken liefde en herinneringen groter dan ooit. Schuldgevoel blijft, maar ik kan het relativeren door te beseffen dat er zoveel scenario’s bestaan waarin een gezin de perfectie verliest: een scheiding, ziekte, overlijden. Dit is de onze.

    Misschien is liefde niet dat stille, vlekkeloze ideaal van vroeger. Misschien is liefde precies dit: broos, intens, soms pijnlijk, maar altijd echt. Perfect, niet ondanks de barsten, maar net omdat ze er zijn. En misschien is dat precies de moed die ons samen vooruit draagt.

  • Vandaag had ik een consultatie met een plastisch chirurg van het genderteam in het UZ Gent. Met net iets te veel zelfvertrouwen stapte ik de lift in, mezelf wijsmakend dat dit maar een verplicht nummertje was. Een extra offerte om te kunnen vergelijken. En misschien ook omdat mijn reflectie in de ramen uitzonderlijk goed meewerkte.

    De consultatie begon een half uur te laat, maar ik vergaf het hen snel. Waar ik eerder een glad verkooppraatje kreeg, botste ik nu op een academische aanpak: onderzoeken, objectieve adviezen, medische precisie. Geen offerte van twee lijntjes na één gesprek, maar een traject langs drie artsen en een scanner voor ik een finaal oordeel en gedetailleerde kostenraming krijg. Het voelde grondig, bijna geruststellend.

    De terugweg was een ander verhaal. In de auto werd ik overspoeld door chaos, mijn gedachten gingen alle kanten op. Ik wist dat thuis mijn gezin op me wachtte. En dat mijn kinderen voor het eerst Britt zouden zien. Hoe dichter ik ons huis naderde, hoe meer ik op automatische piloot overschakelde. Tot ik de deur van de woonkamer opende en twee paar ogen mij fixeerden. Het moment was stil, ongemakkelijk. Ik vluchtte snel naar boven om me weer om te kleden.

    De avond verliep dubbel. Mijn dochter kroop zwijgend tegen me aan en hield me stevig vast terwijl de televisie doordraaide. Mijn zoon daarentegen worstelde hoorbaar. In zijn bed vertelde hij dat hij het raar vond, dat hij liever zijn papa zag. Maar ook dat hij wil dat ik mezelf kan zijn. Tot daar mijn idee dat hij nog heel immatuur was.

    Nu het huis stil is en iedereen slaapt, voel ik me leeg. Schuldig. Wat doe ik mijn kinderen aan? Waarom leg ik dit gewicht op hun schouders, zet ik hun geluk op het spel? Waarom voelt het alsof er afscheid genomen wordt van wie ik nu ben? Het is loodzwaar. Maar tegelijk ook intens en puur. Ik wil me oprollen en huilen.

  • Vorig weekend bereikte ik een belangrijke mijlpaal. Mijn kinderen stellen steeds vaker vragen, wat aangeeft dat ze mijn transitie steeds meer een plek geven in hun leven. De vele knuffels en liefdevolle woorden die ik van hen ontvang, zeggen alles. Daarnaast is ook mijn schoonmoeder inmiddels op de hoogte, en gelukkig bleek mijn angst ongegrond. Ze zei dat de liefde tussen D. en mij het belangrijkste is, en gaf me – voor het eerst – een knuffel.

    Een dag later wacht er alweer een nieuwe mijlpaal: mijn eerste afspraak bij een gelaatschirurg. Het is iets waar ik maandenlang naar heb uitgekeken, maar nu voel ik me moe en heb ik hoofdpijn. Eigenlijk heb ik niet zoveel zin meer om te gaan. Ik moest mezelf zelfs overtuigen om Britt naar boven te halen, en dat voelt vreemd. Is het omdat ze al een maand weggeweest is door de vakantie? De vakantie heeft me wat afstand doen nemen van Britt, waardoor het lijkt alsof ik nu weer moet wennen aan wie ik ben en wat er gaat komen.

    Tegelijkertijd was die maand zonder Britt een periode waarin het gezinsgeluk voorop stond. De liefde tussen ons vier vloeide, en ik stond soms met ongeloof naar mijn leven te kijken, verwonderd over de diepe verbondenheid die we delen. Het was een tijd van ontspanning en liefde, waar ik gewoon genoot van het samenzijn zonder enige druk, en waarin ik mijn eigen transitie op een meer rustige manier kon ervaren.

    Toch lijkt die transitie noodzakelijk om de golven van emoties te kunnen beheersen. Het is de enige manier om te voorkomen dat de gevoelens die ik weet dat zullen terugkomen, mijn leven weer gaan overheersen. Na al die jaren weet ik dat ze er altijd zullen zijn, en zelfs sterker worden, ook al zijn ze nu tijdelijk stil. Dit is de weg die ik moet volgen om te kunnen zijn wie ik werkelijk ben, zodat ik in de toekomst niet opnieuw gevangen raak in die stormen van verwarring en verdriet.

    Het leven is niet zwart-wit, en mijn transitie ook niet. Het is een pad vol tegenstrijdigheden, momenten van twijfel en zekerheden die soms naast elkaar bestaan. Het is menselijk om zowel vooruit te willen gaan als momenten van terughoudendheid te ervaren. Wat ik nu ontdek, is dat het oké is om niet altijd alles te begrijpen of te voelen zoals ik zou willen. Deze reis is geen rechte lijn, maar een reeks van stappen, groot en klein, die me verder brengt. En ik accepteer die tegenstrijdigheden als onderdeel van mijn verhaal, omdat ze mij maken wie ik ben.

  • Ik heb bewust voor scenario 3 gekozen: eerst zo passabel mogelijk worden voor ik uit de kast kom. Het plan klinkt klinisch, bijna strategisch – en dat is het ook. Deze aanpak laat me toe om rustig te groeien in mijn genderidentiteit, om de fysieke en sociale aspecten van mijn transitie zorgvuldig op te bouwen. Geen impulsieve breuk met het verleden, geen man-in-een-pruik-fase die me de adem afsnijdt nog voor ik goed en wel begonnen ben. Het is een plan met visie. Het beschermt mij én mijn gezin. Het geeft mijn partner, mijn kinderen, en eigenlijk ook mezelf, de tijd om langzaam te wennen aan een nieuwe versie van mij.

    Maar scenario 3 heeft ook een keerzijde. En die is… behoorlijk schizofreen.

    Want hoewel mijn gezin vandaag vrij goed weet waar ik naartoe wil blijft uiterlijk alles exact zoals het was. Er wordt hier thuis nauwelijks over gepraat. Niet ontkend, niet benoemd. Alsof mijn transitie zich ergens in een parallel universum afspeelt. En intussen kopen we nieuwe meubelen. En binnen twee weken komt er zelfs een puppy in huis (Jaja, we kopen onze kinderen om. Ik verwacht elk moment de beker Ouder van het Jaar).

    Maar dat is het wrange aan dit scenario: alles verandert, behalve dat wat zichtbaar is. Mijn lichaam verandert. Mijn klank verandert. Mijn spiegelbeeld raakt in beweging. Maar voor de buitenwereld, zelfs voor wie dichtbij staat, blijft alles in zijn oude plooi liggen.

    Scenario 3 is op papier het meest rationele en strategische pad. Maar het voelt soms als een toneelstuk waarin iedereen zijn tekst kent, maar niemand de eerste repliek durft geven. Er is vooruitgang, jazeker. Maar het speelt zich af ondergronds, zoals wortels van een boom die al groeien voor de eerste takken zichtbaar worden.

    Wat ik mezelf voorhoud: deze stilte is geen stilstand. Het is voorbereiding. Spanning. Wrijving. Het is het nulpunt voor de sprong. En tegelijk: hoe lang kan je een vrouw zijn in je hoofd en je hart, terwijl je elke dag blijft leven als de man die je aan het loslaten bent? Hoe lang kan je zichtbaar niets veranderen, terwijl alles in jou onherroepelijk beweegt?

    Scenario 3 is geen schijnveiligheid, maar het is wél emotioneel belastend. Het vraagt niet alleen geduld, maar ook draagkracht. En net daarom is het goed dat ik dit even benoem.

  • In de categorie ‘je doet wat je moet doen, ook al wil je niet’, ploeter ik verder richting de coming-out naar mijn kinderen. En naar mezelf, naar Britt.

    Vakantie is hier synoniem voor rust. Geen stress, gewoon samenzijn. Misschien ligt het daaraan. Misschien zijn het de hormonen. Maar de stilte in mijn hoofd nodigt niet bepaald uit om de boel op stelten te zetten. Terwijl ik wéét dat dat wel moet. We hebben samen gekozen om dit moment te nemen, om de kinderen mee in het verhaal te trekken. Tijd dus om—hoe moeilijk ook—de stap te zetten.

    Enkele dagen geleden was het zover. Met vier aan tafel. ‘Papa heeft genderdysforie.’ Zo begon ik. Geen idee waarom ik altijd die technische term gebruik, zelfs tegen twaalfjarigen. Uiteraard begrepen ze het eerst niet. Na wat gestamel van mijn kant vroeg mijn zoon uiteindelijk:
    ‘Wil je dan een vrouw worden?’ Mijn antwoord was even snel als ontwijkend: ‘Ik weet het nog niet zeker.’ Ze vonden het raar. Daarna ging het gewone leven gewoon weer verder.”

    We hebben nog gevraagd of ze vragen hadden, maar ze wílden er niet over praten. Dat was duidelijk.

    Veel makkelijker is het er niet op geworden.

    In de tweede week van augustus gaan we samen naar de psycholoog. Ik kijk er niet naar uit.

  • We hebben een systeem gebouwd waarin alles werkt. De dagen volgen elkaar op in patronen die bekend zijn. De kalender is gevuld, de afspraken zijn gemaakt, de rolverdeling is duidelijk. Het is een kleine wereld waarin de voorspelbaarheid zo efficiënt is geworden dat er nauwelijks nog frictie overblijft. En dat voelt veilig.

    Misschien té veilig.

    Want ergens in die veiligheid is iets vast komen te zitten. Er is een traject gestart—transitie, verandering, groei—en dat heeft een naam gekregen: Britt. Maar de laatste tijd is het alsof ik die naam minder uitspreek, zelfs in mijn hoofd. Niet omdat ze verdwenen is, maar omdat er twijfel is over wat haar plaats nog is in dit systeem.

    Misschien is dit rust, misschien is dit verlamming. Dat onderscheid is niet eenvoudig te maken. Pauzes kunnen twee dingen zijn: ruimte om te voelen, of een manier om te vermijden.

    Er is geen acute beslissing nodig. Maar er is wel de realiteit dat stilstaan een prijs heeft. Een systeem dat perfect werkt, houdt zichzelf in stand.
    Het voorkomt instorting, maar ook beweging. En wie te lang blijft zitten, groeit vast in zijn eigen compromis.

    Of dat erg is, weet ik nog niet, maar de observatie blijft: ik ben op dit moment meer bezig met bewaren dan met bewegen. En ook dat is een keuze.

  • Morgen zal het exact drie weken zijn dat ik met Hormone Replacement Therapy (HRT) begonnen ben. Intussen hebben de rust en euforie die de eerste dosissen me gaven plaatsgemaakt voor een hyperactief brein.

    Na te hebben geaccepteerd dat een 47-jarig lichaam meer tijd nodig heeft dan dat van een jonge twintiger om oestrogeen als dominant hormoon te omarmen, voel ik mijn gedachten en emoties in alle richtingen razen. Het is bijzonder om tegelijkertijd twijfel, angst en vreugde te ervaren.

    Zelfaanvaarding blijkt een veel langere weg dan ik aanvankelijk dacht. Naarmate de dag dichterbij komt waarop we het aan de kinderen gaan vertellen, neemt de twijfel toe. Hoe vaker ik gelukkige, ‘normale’ gezinnen zie, hoe schuldiger ik me voel. En hoe meer de praktische zaken zich aandienen, hoe belachelijker ik mezelf begin te vinden. De laatste dagen wil ik vooral rust en stabiliteit. Alles is toch goed zoals het is?

    Maar ik probeer mezelf niet te verliezen in al deze gedachtes. Ik herinner me dat het oké is om niet alles te weten, niet alles onder controle te hebben. Het is juist die onzekerheid die het proces menselijk en puur maakt.

    Dus ja, ik verplicht mezelf om moedig te zijn en door te zetten. Maar tegen welke prijs? Niet de prijs van het verliezen van wie ik ben, maar de prijs van het omarmen van mijn nieuwe realiteit. Het is niet alleen een lichamelijke verandering; het is een reis die ik met vallen en opstaan maak, niet alleen voor mezelf, maar ook voor mijn gezin. En dat is iets waar ik soms van moet bijkomen – dat dit een reis is die ook hen aangaat.

  • Eind 2023 maakte ik mijn eerste afspraak bij mijn huidige psycholoog. Ik wilde iets kunnen doen met die zware gevoelens die me al zo lang overspoelden — gevoelens die pas later de naam genderdysforie kregen. Wat toen aanvoelde als een wanhopige poging om overeind te blijven, bleek achteraf het begin van een reis die alles heeft veranderd.

    Die sessies zijn intussen mijn houvast geworden. Ze houden me op koers, geven me moed om door te gaan, en brengen rust op momenten dat ik twijfel. Telkens opnieuw geven ze me het vertrouwen dat alles goed komt.

    In de maanden die volgden, startte ik met een aantal concrete stappen:

    De eerste fysieke stap was baardverwijdering. Acht lasersessies om de donkere haren weg te krijgen, gevolgd door elektrolyse om ook de witte haartjes aan te pakken. Na twee elektrolysesessies zit ik in een dip. Ondanks de tijd, de pijn en de kost voel ik dat het resultaat mager is. Het begint te dagen dat dit nog minstens een jaar zal duren.
    En dan is er nog iets onverwachts. Een stukje rouw. Die baard moet weg — daarover geen twijfel. Maar tegelijk was het jarenlang een deel van hoe mensen mij zagen, van wie ik was. Ook dat moet ik loslaten.

    De tweede stap was logopedie. Ik krijg rillingen als ik transvrouwen hoor praten met een diepe stem. Stemfeminisatie duurt lang, dus ben ik er op tijd mee begonnen. De oefeningen zijn technisch niet zo moeilijk, maar emotioneel is het een rollercoaster. Mijn hersenen herkennen mijn nieuwe stem niet. Wat ik hoor klinkt als een karikatuur van mezelf. De weerstand is groot. Alles in mij wil stoppen. Maar dat kan niet — dat wil ik niet. Dus doe ik voort.

    De derde stap is HRT: oestrogeen in sprayvorm, en testosteronblokkers via injectie. Als alles goed gaat, zouden mijn hormoonspiegels binnen drie maanden op een typisch vrouwelijk niveau zitten. Dan beginnen ook de eerste fysieke veranderingen: een zachtere huid, een andere vetverdeling, sterkere emoties, lichte borstgroei.
    Opmerkelijk genoeg is deze meest ingrijpende verandering ook de eenvoudigste. Geen lange pijnlijke sessies, geen inspanning, enkel consistentie en geduld. Elke spray, elke prik voelt als een bevestiging: dit ben ik. En dat is heerlijk.

    Nu kijk ik uit naar mijn afspraak met dr. Beckers, een gelaatschirurg gespecialiseerd in feminiserende chirurgie. Samen gaan we bekijken welke opties er zijn om mijn gezicht zo vrouwelijk mogelijk te maken — zonder daarbij mezelf te verliezen. Met behulp van een 3D-simulatie hoop ik een realistisch beeld te krijgen van het resultaat waar ik naartoe kan werken. Het wordt waarschijnlijk de eerste, en misschien ook wel de enige ingreep die me écht tot bij Britt kan brengen. Zo dicht als mogelijk bij wie ik vanbinnen al die tijd al was.

  • Al een tijd lang hield ik drie scenario’s voor ogen om met mijn genderdysforie om te gaan:

    1. Ik blijf het negeren en aanvaard dat de dysforie in golven komt – met periodes van rust, maar ook van intens verdriet.
    2. Ik start mijn sociale transitie en wacht met de medische transitie tot ik aan de beurt ben op de wachtlijst van het UZ Gent.
    3. Ik begin met een medische transitie op mijn eigen tempo en start de sociale transitie zodra ik voldoende als vrouw gelezen word.

    Nu angst, verlangen en twijfel niet langer als drie botsende stemmen klinken, maar steeds vaker samenvallen in een gevoel van richting en helderheid — en nu ook mijn echtgenote meer en meer bereid is om de transitie een plaats te geven binnen ons huwelijk — werd al snel duidelijk dat scenario 1 geen optie meer is.

    Gelet op het huidige maatschappelijke klimaat en mijn wens om de ‘man-met-pruik’-fase zo kort mogelijk te houden, hebben we samen voor scenario 3 gekozen. De stemfeminisatie en baardepilatie die ik nu al doe, passen perfect binnen dat pad. Beiden zijn noodzakelijke stappen die veel tijd vragen – net als hormoontherapie, die inmiddels de logische volgende stap is geworden.

    Na een doorverwijsbrief van mijn psychologe, een afwijzing van dr. T’Sjoen, die naar mijn plaats op de wachtlijs verwees, een ietwat emotioneel telefoongesprek met het secretariaat van de dienst endocrinologie en de afspraak bij een andere endocrinoloog die daarop volgde, ben ik op 6 juni gestart met Hormone Replacement Therapy (HRT). Het gevoel van validatie die dag was onovertroffen.

    Hormoontherapie is een essentiële voorbereiding op gelaatsfeminisatie, de laatste stap om afstand te nemen van het beeld van een man-met-pruik en mijn leven herkenbaar en geloofwaardig als vrouw te kunnen vormgeven.

    Hoe passabeler ik ben als vrouw, hoe vrijer ik me kan bewegen, zonder constante twijfel, zonder voortdurend te moeten uitleggen wie of wat ik ben. Gelaatsfeminisatie is een nieuw begin waarin ik me op straat, op het werk, in elke spiegel en elke ontmoeting kan herkennen. En minstens even belangrijk, waarin mijn gezin en ik veilig in het openbaar kunnen verschijnen, zonder dat er schaamte moet zijn, zonder dat we veroordelende blikken genadeloos voelen prikken en zonder dat we constant alert moeten zijn. Waarin we gewoon ons leven kunnen leiden, met genderdysforie als verre herinnering.