• Eind de jaren tachtig, toen ik tien was, droeg ik soms stiekem kledingstukken van mijn zussen. Alhoewel de reacties me duidelijk maakten dat dit niet echt de bedoeling was, groeide die onschuldige nieuwsgierigheid uit tot een innerlijke drang die ik steeds moeilijker kon negeren. Het werd een gênant geheim dat ik enkel kon dragen door het te ondergaan en niet te diep over na te denken. En dat lukte vrij goed, tot het een allesomvattende obsessieve gedachte werd.

    Pas in 2009, enkele jaren na mijn scheiding en vlak na de aankoop van mijn eigen appartement, klopte ik bij een psychologe aan. Ik voelde me een geobsedeerde, perverse clown en wist me geen raad meer. De psychologe noemde het een onschuldige fetisj, maar verder kreeg ik geen houvast. Geen richting. Geen troost.

    Gelukkig leerde ik kort daarna mijn huidige echtgenote kennen en maakten de zware gevoelens plaats voor een heldere zon. Er volgde een lange periode waarin de verliefdheid en nieuwe levenslust het onderwerp moeiteloos naar de achtergrond duwden. Onze relatie ging snel : op enkele jaren hadden we een bouwgrond, huis, tuin en kinderen. De behoefte bleef enkel subtiel aanwezig, bijna geruisloos. Pas toen ons leven terug wat kalmer werd, begon het terug te domineren.

    Ik reageerde door opnieuw enkele therapiesessies te volgen, maar opnieuw vond ik weinig begrip. Het advies was om het te relativeren en me te richten op mijn volle, gelukkige leven. Maar dat lukte niet meer, hoe hard ik ook probeerde, hoe hard ik besefte hoe vol en gelukkig mijn leven was. De gedachten hadden terug obsessieve proporties en dreigden een blijvende zwarte sluier te worden boven al het mooie en pure dat in mijn leven is.

    In december 2023 was die sluier terug zo aanwezig dat ik besliste om er komaf mee te maken en iemand met ervaring in die materie te zoeken. Deze keer werd ik wel begrepen: de sessies gaven me taal, inzicht en het besef dat ik mezelf mocht zijn, ook op deze plek en op dit moment in mijn leven. Hoewel ik hulp vroeg om die gedachten definitief uit mijn systeem te krijgen, gaf ze me de moed om aan mijn zelfacceptatie te werken.

    Sindsdien voel ik dat ‘de reis’ begonnen is, ook al was er geen feestelijk startschot. Ik kan nu eindelijk zonder wurgreflex zeggen dat ik genderdysforie heb. Mijn interne transfobie lijkt onder controle, al vind ik het nog steeds te moeilijk om me passabel genoeg te vinden.

    Maar niet alles beweegt tegelijk. Mijn hart, ziel en directe omgeving maken dezelfde reis, maar niet in hetzelfde ritme. Op momenten lopen ze vooruit en sleuren me mee, op andere momenten blijven ze achter, verstijfd van twijfel of verdriet.

    Nu ik mezelf kan vergeven om wie ik ben en de schaamte plaatsmaakt voor aanvaarding, wil ik mijn reis verderzetten, zodat de toekomst langzaam weer vorm krijgt en mijn geest in alle puurheid kan genieten van de gezinsmomenten die mijn leven zin geven. Maar tegelijk panikeer ik. Krijg ik opnieuw dat zware gevoel in mijn buik dat ik herken van tijdens mijn scheiding. Het lijkt een diepe oerangst omdat alles opnieuw onherroepelijk aan het bewegen is. Omdat het bekende en vertrouwde terug onzeker is geworden. Omdat ik beweeg, en daardoor de belangrijkste mensen in mijn leven mee moeten bewegen, ook al betekent dat voor hen een ongewilde aardverschuiving. Omdat rouwen een onvermijdelijk deel van het proces is, ook voor mij.

    Vooruitgaan. Stilstaan. Het huidig geluk koesteren en het nieuwe boetseren. Het blijft een trage, soms wanhopige dans tussen verlangen en angst, tussen weten en durven.

  • Conservatieven hebben een nieuwe zondebok gevonden: transvrouwen. Terwijl het klimaat onomkeerbaar verandert, oorlogen dreigen of woeden, de geopolitieke spanningen pieken, democratieën wankelen en fundamentele mensenrechten openlijk worden uitgehold, lijkt een groeiende groep mensen geobsedeerd door één vraag: wat zit er in iemands broek wanneer die naar het toilet gaat?

    Hoe groter de greep van conservatieve krachten op het publieke debat, hoe heviger de aanval op transvrouwen wordt. Rechten worden geschrapt, medische zorg ontzegd, bestaansrecht betwist. Tegelijk verliezen online volgelingen steeds meer hun remmingen: haat is niet langer iets dat stiekem gebeurt, maar iets dat openlijk wordt gepromoot. Sommige media spelen dit bewust uit, en het algoritme doet de rest. De haat voedt zichzelf — en groeit.

    Wat deze haat dragelijker zou kunnen maken, is rationaliteit. Maar die ontbreekt volledig. Vrijwel alle zedenfeiten worden door cisgender mannen gepleegd — maar die waarheid lijkt irrelevant. In plaats daarvan worden transvrouwen, een groep die 0,2% van de wereldbevolking uitmaakt, voorgesteld als een existentiële bedreiging: voor vrouwenrechten, voor kindveiligheid, voor het toiletbezoek. Ze worden afgeschilderd als indringers onder douches, als roofdieren in vermomming, als pionnen in duistere complotten. Het is absurd. En tegelijk levensgevaarlijk.

    Ik weet dat dit geluid vooral online luid klinkt, en in het echte leven vaak stil blijft. Maar de impact is reëel. Elke haatdragende commentaar raakt. Niet alleen mij, maar ook mijn gezin. Het voedt een angst. Hoe lang nog voor deze ‘helden van het toetsenbord’ ook hun laatste schroom verliezen, en de online dreiging een fysieke vorm aanneemt? Hoe lang nog vooraleer het beleid ook hier gebaseerd wordt op bliksemafleiders? Waar waarheid en feiten ondergeschikt zijn. Waar mensen tegen elkaar uitgespeeld worden.

    Ik weet ook dat de meeste trans mensen hun leven leiden zonder dagelijks iets van die haat te merken. Maar voor mij, in het midden van mijn zoektocht naar aanvaarding, is het een blok beton. Een gewicht dat ik elke dag meedraag.

    Ik ben dankbaar dat ik in België woon, in een relatief veilig en progressief land. Maar zelfs hier is het soms moeilijk om boven de wereldwijde golf van afkeer uit te blijven kijken.

    En toch blijf ik kijken. Ga ik voort. Niet omdat het een keuze is of omdat ik dapper ben. Maar omdat het niet anders kan. Omdat stilstaan geen optie is wanneer jezelf worden het enige is wat nog klopt.

  • In onze keuken hangt een weekplanner die met zorg bijgehouden wordt. En terecht, want vaak verbaast het me hoe vol hij staat. De laatste tijd valt het me ook op hoe vaak er een afspraak op staat die met mijn zoektocht te maken heeft: baardepilatie, gesprekken met mijn psychologe, een afspraak voor een haarwerk,  praatavonden, en sinds kort ook logopedie.

    Nu ik het zo opsom overvalt het me hoe aanwezig het in ons leven geworden is. Bijzonder, want mijn indruk is het tegenovergestelde. Mijn baard is er nog steeds en het zal nog ongeveer duizend sessies vergen vooraleer hij weg zal zijn; mijn zoektocht naar Britt en hoe ze in ons huwelijk past is nog volop bezig en het zal wel nog even duren voordat ik mijn stem enigszins onder controle heb. Ik ben bewust zo vroeg mogelijk met die dingen begonnen zodat, als de beslissing om ‘ervoor te gaan’ valt, er al een basis ligt. Komt die beslissing er niet, dan is er niets onomkeerbaar of bepalends gebeurd. Het voelde doordacht, proactief, vooruitziend.

    Maar nu valt het me op hoeveel middelen het vraagt van ons gezin. Hoe die groeiende aanwezigheid er enerzijds voor zorgt dat ik vooruitgang boek (of toch dat gevoel heb) en dat we als koppel het proces niet totaal kunnen negeren maakt het ook mijn tweestrijd groter. Langs de ene kant geniet ik van de mensen die Britt zien en haar willen helpen, van het gevoel van de wind in mijn haar en de kleding tegen mijn huid, van mijn weerspiegeling in een raam en van die momentjes waarop ik plots hyperbewust ben van mijn openlijke vrouwelijkheid. Maar meer en meer slaat ook de paniek toe. Als mijn hart bonkt, mijn maag zich omkeert en de wereld kantelt neem mijn innerlijke struisvogel het bliksemsnel over. Het idee om ooit als Britt voor mijn kinderen te staan, voor mijn collega’s, voor mijn familie — het verlamt me dan volledig. Tot op het punt dat ik mezelf haat.

    Wat ben ik aan het doen?

    Ik voel me niet eens zo slecht in mijn mannelijke rol. Ik speel ze al 47 jaar. Ik geniet nu ook van de wind en de zon. Mijn leven is veilig, stabiel en zo voorspelbaar mogelijk. Mijn spiegelbeeld voelt dan anders, maar de liefde en zekerheid die ik thuis ervaar compenseert veel. En die jaloezie wanneer ik naar vrouwen kijk—is die echt zo allesomvattend? Ik heb het goed. Beter dan ik ooit verwacht had. Is dat niet genoeg?

    Wat ben ik in godsnaam aan het doen?

  • Ik kan lezen en ontdekken wat ik wil. Maar 1000 websites, filmpjes en therapiesessies later moet ik ook eens aan landen beginnen denken.

    Er zijn twee kanten aan het verhaal. Enkele feiten van de ene kant:

    Ik heb enigszins een wens om een andere gender te zijn (of me als een ander gender te gedragen) en heb een overtuiging dat ik me beter zou voelen als het ervaren gender. Mijn dwanggedachten en paniekaanvallen duiden op een significante lijdensdruk en beperken me in sociale, werkgerelateerde en andere belangrijke levensdomeinen. Dit leidt tot een enigszins verlangen om geaccepteerd te worden als een persoon van het ervaren gender.

    Langs de andere kant ervaar ik mijn huidig leven als bijzonder geslaagd. Ik ben gelukkig met het geluk dat mijn gezin me brengt en ben me ervan bewust dat ik dit moet koesteren en verdedigen. Een transitie zou de grondvesten van mijn huidig leven doen daveren, met een ongekend resultaat. Bovendien ben ik ook niet meer fris en fruitig, waardoor ik mijn leven lang de transgender zou zijn.

    Het is een brainfuck. Ik wil het allemaal, maar dat kan niet. Als er moet gekozen worden, kies ik, zonder enige twijfel, voor mijn gezin. Misschien moet ik een landingsplaats vinden waardoor alles kan blijven zoals het is, maar zonder de dwanggedachten. Misschien via een vluchtroute; één of andere dimensie waarin Britt af en toe kan bestaan, met de zon op haar huid en de wind in haar haar.

  • Gender

    Gender verwijst naar de sociale en psychologische aspecten van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Het gaat om hoe iemand zichzelf ervaart (genderidentiteit) en hoe dit in de samenleving tot uiting komt.

    Genderdysforie

    Genderdysforie is het ongemak of lijden dat iemand ervaart wanneer de genderidentiteit niet overeenkomt met het bij de geboorte toegewezen geslacht. Dit kan leiden tot stress, angst of depressieve gevoelens en kan invloed hebben op iemands dagelijks leven.

    Volgens het DSM5 is hier sprake van als er een duidelijke incongruentie is tussen genderidentiteit en het toegewezen geboortegeslacht die minstens zes maanden aanhoudt, en die zich uit in minstens twee of meer van de volgende kenmerken:

    • Een sterke wens om het andere gender te zijn (of zich als een ander gender te gedragen).
    • Een sterke wens om de geslachtskenmerken die bij het geboortegeslacht horen niet te hebben.
    • Een sterke wens om geslachtskenmerken van het ervaren gender te hebben.
    • Een sterke wens om als het ervaren gender behandeld te worden.
    • Een sterke overtuiging dat men zich op alle vlakken beter zou voelen als het ervaren gender.

    Bovendien moet er een klinisch significante lijdensdruk zijn of moeten er beperkingen zijn in sociale, werkgerelateerde of andere belangrijke levensdomeinen als gevolg van deze gevoelens.

    Genderincongruentie

    De WHO spreekt in het ICD-11 over genderincongruentie. Bij adolescenten en volwassenen wordt dit gekenmerkt door een duidelijke en aanhoudende incongruentie tussen iemands ervaren gender en het bij de geboorte toegewezen geslacht. Dit leidt vaak tot een verlangen om te ‘transitioneren’ en te leven als, en geaccepteerd te worden als, een persoon van het ervaren gender. Dit kan gebeuren via hormonale behandeling, chirurgie of andere medische zorg om het lichaam, zoveel als gewenst en mogelijk, in overeenstemming te brengen met het ervaren gender.

    Het verschil

    In tegenstelling tot genderdysforie, dat verwijst naar de lijdensdruk die iemand hierbij kan ervaren, is genderincongruentie op zichzelf geen medische of psychische aandoening. Sommige mensen met genderincongruentie voelen zich prima zonder medische of sociale aanpassingen, terwijl anderen wél behoefte hebben aan bijvoorbeeld een transitie.

    De WHO ziet transgenders dus niet als personen met een psychische aandoening. De reden om toch een diagnoseterm te behouden is om de terugbetaling van zorg te waarborgen. Bron

  • Tijdens één van mijn vorige thuiswerkdagen had ik, na de kinderen naar school te hebben gebracht, terug de moed om Britt naar boven te halen, ook al moest ik er wat weerstand bij mezelf voor overwinnen. Ik herinner me nog levendig de golf van gevoelens die me overspoelden toen ik in de spiegel keek. Het was even geleden dat ik Britt zo duidelijk zag en voelde. Nog steeds krijg ik kriebels in mijn buik als ik naar de foto kijk die ik toen genomen heb.

    Maar die momenten zijn zeldzaam dezer dagen. Meer en meer zie ik Britt niet meer, zie ik enkel mijn mannelijke kenmerken. Vind ik mezelf een mislukkeling dat ik ook maar denk dat Britt ooit passabel zou kunnen zijn. De man-met-pruik zal overstijgen. Besef ik wat ik allemaal op het spel aan het zetten ben.

    Zo komt het gevoel van schaamte enorm naar de voorgrond. Als ik me voorstel dat ik het mijn kinderen vertel. Familie, vrienden en collega’s ontmoet terwijl ik een kleedje aanheb. Zonder dat ze een woord zouden zeggen, laat staan negatief zouden reageren, voelt het aan alsof ik ter plaatse zou sterven, wegzinken in een diepe put van schaamte.

    Het is nu al een jaar dat er een woord op gekleefd werd. Dat de zoektocht actief begonnen is. En ik ben bekaf. Alhoewel de weinige mensen die het weten begrip tonen, voelt het bij dagen eenzaam. Het is dagelijks een strijd om rede boven emotie te plaatsen. Om het onderwerp niet het dagelijkse leven te laten domineren. Een evenwicht te zoeken tussen wat ik wil en wat mijn omgeving aankan. Een strijd om vooruit te blijven gaan en de bijhorende angsten te overwinnen en stabiliteit te waarborgen.

    Alhoewel mijn partner haar beste best doet om begrip te tonen, is het voor haar ook al een turbulent jaar geweest. Wellicht is dat zelfs een understatement. Ik ben haar eeuwig dankbaar voor haar begrip en haar moed. Maar waar het ons in het begin dichter bij elkaar bracht, beginnen we meer en meer onze eigen strijd te voeren, wat op zijn beurt voor meer afstand zorgt. Ik hoop dat blijven babbelen blijft werken. Ik hoop dat we snel een scenario kunnen bedenken waarin we beiden gelukkig zijn. Want dat is voor ons beiden van het allergrootste belang.

  • Ik dacht dat mijn reis duidelijkheid en rust zou brengen. Dat ik een soort halleluja-effect zou ervaren. Maar ik zit vast tussen twee grote tegenstrijdigheden, en ik vind niet de moed om het te doorbreken.

    Langs de ene kant is het een weg naar de oplossing van mijn piekeren, mijn frustraties. Naar rust in mijn hoofd. Niet meer moeten doen alsof. De kers op mijn quasi perfecte leven. Langs de andere kant is het een sprong in het duister. Ga ik mooi genoeg zijn? Ga ik aanvaard worden? Ga ik mezelf kunnen aanvaarden? Gaat mijn huwelijk het overleven? De band met mijn kinderen? In hoeverre gaat het mijn professioneel leven beïnvloeden? En mijn nu al beperkt sociaal leven? Het is nu eenmaal een verhaal waar niet echt een weg terug is, waar ik achteraf kan zeggen: weet je wat, het was maar om te lachen hé….

    Ik probeer in kaart te brengen wat ik zelf in de hand heb: welke zaken zijn er mogelijk om zo mooi en passabel mogelijk te worden en zal mijn gezin het overleven?

    Ik dacht altijd dat mijn reis duidelijker ging worden naarmate het vorderde. Niets is minder waar. Nog nooit sloeg de twijfel zo hard toe als nu. Ja, de Britt momenten bezorgen me rust. Neen, ik haat mijn Bart momenten niet. Ze voelen zelfs veilig en voorspelbaar.

    Ik draai al maanden in cirkels, en ik zie niet meteen in hoe ik dat kan doorbreken.

  • Terwijl ik dit typ zit ik in mijn knusse woonkamer, staar ik door het schuifraam en aanschouw ik 12 jaar aan herinneringen. Alhoewel niet alles 100% gaat in mijn leven ben ik dankbaar wat het universum me gegeven heeft. Mijn hefboom staat al jaren op ‘belachelijk gelukkig’, in die mate dat het best wat gewicht aan de andere kant kan verdragen. De vraag is nu of het verstandig is af te tasten hoeveel gewicht de andere kant aankan.

    Als ik reflecteer over wat er allemaal gaande is en voel ik me belachelijk. In plaats van alles te omarmen ben ik bezig dingen te veranderen. Om de veilige cocon waarin we zitten open te breken, met als resultaat ons uiteindelijk kwetsbaar in de wereld te zetten met wie weet welke uitkomst.

    Foto’s van Britt doen me slechter dan ooit voelen. Ik zie enkel de verklede man. Ik zie het zo hard, dat ik me afvraag wat ik in Godsnaam aan het doen ben. Ik ga nooit het uiterlijk en de uitstraling hebben waarnaar ik verlang  Ik ga altijd de freak zijn. In welke positie zet ik mijn partner en kinderen zo?

    Ik voel me ongenaakbaar als man. Een leuk, gezond gezin en leuke jobs. Weinig kan ons raken. Onze gezondheid, levensstijl en veiligheid zijn in de mate van het mogelijke gewaarborgd. En dat geeft een verdomd goed gevoel.

    Niets is de moeite om dit in gevaar te brengen. Zeker geen intrusieve gedachten.

    Maar die gedachten maken me gek. Ik ervaar enorm tegengestelde gevoelens en noden. Het is op het schizofrene af.

  • Net zoals bij de aankoop van een TV wil ik ook over het transitietraject alle objectieve informatie kennen vooraleer ik een beslissing neem. Maar alhoewel ik om die reden al jaren het internet afschuim, zit ik nog steeds vol twijfels. Nog steeds ben ik obsessief op zoek naar verhalen, stiekem vooral van mensen die spijt hebben van soms onomkeerbare keuzes. Zo is momenteel ‘passabel zijn’ een populaire zoekopdracht. Het idee dat ik na een (sociale) transitie de transgender zou blijven weegt zwaar. Als ik ooit de beslissing neem over hoe ver ik wil gaan, dan wil ik er, liefst meteen, als een ietwat knappe vrouw uitzien, alleszins niet meer als de man-met-pruik-en-jurk.

    Tegelijkertijd besef ik nu dat dit relatief is.

    Sinds kort ga ik maandelijks naar een praatgroep. Toen ik de aanwezige ‘mannen-met-pruik’ zag, merkte ik vooral hun gebreken op. Dat verdwijnt telkens wanneer ik zie hoe respectvol en puur ze naar elkaar en naar de wereld kijken. Al snel kreeg ik een enorm schuldgevoel omdat het me deed beseffen hoe oordelend en oppervlakkig ik wel ben.

    Ons zicht op de wereld is een reflectie van onze eigen ziel. De ware schoonheid, zeker van mensen, zit hem erin om deze schoonheid te willen zien en de moed te hebben om open te staan voor wat anders is. Om je oordeel niet onmiddellijk te vellen. Maar dat is gemakkelijk gezegd dan gedaan, vooral bij mezelf. Ik stop bv. veel te veel energie om alle mogelijkheden te onderzoeken om onmiddellijk na mijn eventuele coming out niet als transgender gezien te worden. Een pruik, faciale chirurgie, liposculptuur, hormoonbehandeling, logopedie… De mogelijkheden om het maatschappelijk ideaal proberen te bereiken zijn enorm. Maar er zijn niet te onderschatten uitgaven, medicatie en operaties voor nodig. En, niet onbelangrijk, zeker niet als je bijna 50 jaar bent, véél tijd.

    Ik moet mezelf blijven herhalen dat ik het vooral moet doen om mezelf in de spiegel te kunnen aankijken, want anders zal het nooit genoeg zijn; er zal altijd wel iets zijn dat mooier en beter kan. Mensen zullen altijd wel een oordeel hebben. Jammer genoeg is het niet evident om het verschil te zien tussen wat ikzelf wil en wat mijn angst mij toeroept. Zo ben ik bang om niet meer (beter gezegd: nog minder) aan de maatschappelijke verwachtingen te voldoen, en daarbij mijn bijhorende privileges te verliezen.

    Het wordt geen gemakkelijke reis. Dat is ongeveer de enigste zekerheid. Het is letterlijk een sprong in het duister. Een sprong waarvan ik momenteel niet weet of ik hem wel wil nemen. Welke risico’s ik bereid ben te nemen om die onrust in mijn hoofd te temmen.