Ik ben introvert. Ik hou van (sommige) mensen, maar ben er niet altijd handig mee, zeker niet in groep. Ik heb vaak het gevoel een rol te spelen. Aan verwachtingen te voldoen. Kritiek, al dan niet door mezelf, kaatst ik af door mezelf voor te houden dat die niet op mijn echte ik gericht is.
Maar dat schild wordt kleiner. Zichtbaarder worden betekent dat er steeds minder is om achter te verschuilen. Ik probeer mezelf te tonen, met alle mindere kanten erbij, maar de moed ontbreekt nog te vaak.
De spiegel maakt het nog harder. Waar kledij kracht gaf, legt ze nu mijn gebreken bloot. Mijn pruik voelt als een verkleedstuk, mijn make-up als een laag die niets verbergt. Alles wat ik gebruik om mezelf te tonen, bevestigt tegelijk de kloof tussen wie ik wil zijn en wie ik ben.
Het voedt mijn imposter-syndroom. Het laat me aan alles twijfelen. Het fluistert dat ik niet echt ben. Het maakt elke stap verdacht; elke poging mislukt nog voordat ik hem zet. Twijfel. Schaamte. Verraad. Alsof ik een bedrieger in mijn eigen leven ben.
Plaats een reactie