In de categorie ‘je doet wat je moet doen, ook al wil je niet’, ploeter ik verder richting de coming-out naar mijn kinderen. En naar mezelf, naar Britt.
Vakantie is hier synoniem voor rust. Geen stress, gewoon samenzijn. Misschien ligt het daaraan. Misschien zijn het de hormonen. Maar de stilte in mijn hoofd nodigt niet bepaald uit om de boel op stelten te zetten. Terwijl ik wéét dat dat wel moet. We hebben samen gekozen om dit moment te nemen, om de kinderen mee in het verhaal te trekken. Tijd dus om—hoe moeilijk ook—de stap te zetten.
Enkele dagen geleden was het zover. Met vier aan tafel. ‘Papa heeft genderdysforie.’ Zo begon ik. Geen idee waarom ik altijd die technische term gebruik, zelfs tegen twaalfjarigen. Uiteraard begrepen ze het eerst niet. Na wat gestamel van mijn kant vroeg mijn zoon uiteindelijk:
‘Wil je dan een vrouw worden?’ Mijn antwoord was even snel als ontwijkend: ‘Ik weet het nog niet zeker.’ Ze vonden het raar. Daarna ging het gewone leven gewoon weer verder.”
We hebben nog gevraagd of ze vragen hadden, maar ze wílden er niet over praten. Dat was duidelijk.
Veel makkelijker is het er niet op geworden.
In de tweede week van augustus gaan we samen naar de psycholoog. Ik kijk er niet naar uit.
Plaats een reactie