• In de jaren ’90 vertelt Laurence aan zijn vriendin dat hij vrouw wil worden. Wat volgt is een tien jaar durende botsing tussen liefde, identiteit en een samenleving die daar niet op zit te wachten.

    De film gaat over een transitie, maar vooral over een liefde die groter wil zijn dan alles. Over een partner die mee probeert te bewegen. Over een samenleving die vooral oordeelt.

    De trailer van Laurence Anyways bezorgde me kriebels tot in mijn ruggengraat. Omdat de film niet te streamen is zonder een vierde abonnement te starten, heb ik hem op de ouderwetse manier gekocht. Tijd om de dvd-speler van zolder te halen.

  • Toen ik zei dat ik het moeilijk vond om de afspraak voor FFS te annuleren, beseften we dat we het woord pauze elk anders invulden. Dat inzicht kwam niet zonder pijnscheuten. De transitie is te groot om te negeren, maar ook te groot om in één keer te dragen.

    We spraken af om de geplande ingrepen te laten doorgaan, maar nog geen nieuwe stappen vast te leggen. Baardepilatie en FFS blijven dus staan, maar de sociale transitie koppelen we los van de operatie. Ook de coming-outmomenten temperen we voorlopig.

    Deze nieuwe afspraak bevalt me meer dan ik wil toegeven. Ze geeft ook mij de tijd om angsten onder ogen te zien. Het onomkeerbare schuift wat naar achteren, of voelt tenminste minder dwingend. Als FFS minder effect heeft dan ik hoop, zowel fysiek als psychologisch, kan ik daar nog steeds bewust een gevolg aan geven. En in het andere geval zal een sociale transitie misschien vanzelf een logische, zachtere stap worden, zowel voor mij als voor mijn naasten.

    Terwijl ik dit schrijf, zie ik mijn kinderen in de keuken kladderen. Op de achtergrond verschijnen herinneringen op een scherm en wachten nieuwe plannen op de kalender. De winterzon wringt zich door enkele donkere wolken en werpt een fel okergeel licht in huis. Ik voel de warmte en begin te geloven dat alles goed komt.

  • Ik sta niet aan het begin. Niet aan een einde. Ik sta hier, met een lichaam dat al gekozen heeft, en een leven dat nog aarzelt.

    Ik draag verandering onder mijn kleren, en twijfel op mijn gezicht.
    Ik slik vooruitgang, en spuug ze weer uit in gesprekken die niemand wil voeren.

    Elke beslissing trekt aan iets anders: mijn huid aan mijn huwelijk, mijn toekomst aan mijn kinderen, mijn adem aan iemand die mij kent zoals ik mezelf misschien nooit gekend heb.

    Ik functioneer. Ik regel. Ik lach… en ondertussen staat alles op scherp. Niet dramatisch. Niet luid. Maar als een kamer waarin het gas al open staat en niemand weet wie het licht gaat aandoen.

    Ik ben niet verloren. Ik ben opgespannen. Tussen wat onomkeerbaar wordt en wat ik nog niet durf loslaten.

    Ik leef niet in angst. Ik leef in de consequenties.

    Dank aan een artificieel brein dat mijn wirwar van complexe gevoelens wist te vertalen naar zinnen die ik zelf nog niet kon maken.

  • Binnen enkele maanden is het exact twee jaar geleden dat ik voor het eerst hardop te horen kreeg dat wat ik al zo lang voelde een naam had. Ik herinner me nog hoe dat binnenkwam. Niet als herkenning, maar als weerstand. Vanaf dat moment begon iets wat ik pas later durfde te benoemen als zelfaanvaarding. Geen plotse ommekeer, maar een langzaam proces. Van misselijk worden bij het idee alleen, tot het plannen van medische stappen die toen nog ondenkbaar leken.

    Tegelijk drong al snel door dat genderdysforie geen probleem was dat ik kon oplossen. Na tientallen jaren negeren wist ik ook dat het alleen zou verdwijnen door het recht in de ogen te kijken. Met de hulp van wat ik online vond, duurde het niet lang voor ik begreep wat dat concreet betekende. En ook dat de wachtlijsten die daarbij horen enorm zijn. Toen ik met een trillende stem eerst UZ Gent en later Vitaz contacteerde, leefde ik nog met het idee dat, tegen de tijd dat ik aan de beurt zou zijn, de tijd er rijp voor zou zijn. Enigszins trots op mijn vooruitziendheid legde ik telkens de telefoon neer. Nog trotser was ik toen ik een zijingang ontdekte, waardoor ik buiten de genderteams om al zaken kon aanpakken.

    Vandaag, terwijl de pauzeknop werd ingedrukt voor de zogenoemde secundaire ingrepen, heb ik van beide klinieken bericht gekregen dat het mijn beurt is voor de primaire ingreep.

    Het universum houdt duidelijk geen rekening met strategie.

  • Het waren turbulente weken. Niet als in hoogoplopende ruzies, maar in stille angsten die voorzichtig werden uitgesproken. Alsof wat in ons woedde zich slechts als een bries durfde tonen. Alsof benoemen gevaarlijker was dan zwijgen.

    Tussen de uitzichtloosheid rond mijn demente moeder en een vader die alles negeert, was er ook een koppelsessie bij de psychologe. Om woorden te zoeken voor de storm die tussen ons hangt. Niet omdat er sprake is van een conflict, maar door een existentiële spanning in het leven dat we al vijftien jaar samen opbouwen.

    Al snel werd duidelijk dat de tijd voor een sociale transitie nog niet rijp is. Niet omdat het verlangen verdwenen is, maar omdat de draagkracht verschilt. Omdat sommige stappen voor de één hoop betekenen en voor de ander overweldigend zijn. En omdat de datum voor FFS, samen met de situatie rond mijn ouders, een druk legt die moeilijk te onderschatten valt.

    Voorlopig blijft alles dus onveranderd. Tot duidelijk wordt welke weg we willen volgen. Toch blijven we investeren in onze toekomst samen. Niet ondanks de spanning, maar ermee. Met liefde en overtuiging, maar ook met het onderliggende weten dat de storm die we ontwijken niet verdwijnt zolang we eromheen blijven leven.

  • Mijn gezin heeft sinds mijn coming-out een golf aan emoties doorstaan. Eerlijke, ongemakkelijke en pijnlijke gesprekken vormden de aanloop naar een periode waarin alles abstract bleef. Scenario 3 gaf ons immers de ruimte om het dagelijkse leven zo veel mogelijk te laten verder stromen.

    De sessies bij psychologe en artsen volgden elkaar geruisloos op. De hormoontherapie markeerde de eerste medische stap, maar de vertraagde effecten maakten dat de oestrogenen en blokkers probleemloos in de dagelijkse routine opgenomen raakten.

    Toch werd langzaam duidelijk welke richting deze reis zou uitgaan. Niet door een bevrijdende aha-erlebnis, maar door een traag groeiende aanvaarding dat de dysforie zal blijven wringen zolang het geen plaats krijgt. Omdat het onmiskenbaar deel uitmaakt van wie ik ben, ongeacht of het welkom is of niet.

    Met die gedachte voerde ik scenario 3 verder uit, bijna achteloos, alsof de stappen al gezet waren nog voor ik ze zelf echt voelde. Tot een datum vaststond waarop de FFS zal worden uitgevoerd. De datum waarop een echtgenoot en een vader plaatsmaken voor iets waar nog geen woorden of beelden voor bestaan. Waarop een stabiel en conservatief gezin zichzelf opnieuw zal moeten uitvinden.

    De euforie die die datum aanvankelijk opriep, bleek uiteindelijk een trigger. Ze maakte het abstracte ineens concreet. Ze liet elk excuus om de transitie te negeren of te minimaliseren verdampen.

    Vandaag, 2 jaar na de coming-out, is binnen de gezinsdynamiek de tweede fase van het rouwproces begonnen. Na ontkenning is er nu overweldigde angst, om hopelijk snel over te gaan in een stabielere fase van verliesgevoelens.

    Rationeel zie ik waarom dit nodig is. Je kan niet naar iets fundamenteels nieuws zonder door deze stadia te gaan. Maar ik ben extreem bang voor wat erna komt. Want na de verliesfases volgt het moment waarop we zullen moeten uitzoeken hoe onze liefde verder kan, in een nieuwe vorm, wat die ook wordt. En dat voelt rauw omdat wat me nu hebben me bijzonder dierbaar is. Omdat mijn gezin de kern van mijn bestaan is.

    Elke druppel moed die ik bezit gaat momenteel naar de zelfbeheersing om niet alles af te blazen. Om te redden wat er te redden valt. Om onze veilige bubbel vast te houden, zolang dat nog kan.

  • Enkele dagen geleden kreeg ik van het UZ Gent te horen dat mijn ingreep zal doorgaan op dinsdag 14 april 2026. Voor het eerst kende ik de datum waarop Britt dagelijkse realiteit zal worden, en dat besef joeg meteen een stortvloed aan tegenstrijdige gevoelens door me heen.

    Ik merk dat ik soms moeite moet doen om me niet te laten wegzuigen in de melancholie die samengaat met het besef dat er tegelijk een afscheid van Bart in beweging is gezet. In de praktijk en op papier klopt dat, maar emotioneel blijf ik dezelfde mens, gevormd door dezelfde herinneringen. Toch voelt het als een afscheid, hoe ik het ook draai of keer.

    Op dit moment weegt de euforie echter zwaarder. Na jaren van ploeteren, twijfelen en aanvaarden is er eindelijk een kantelpunt waarop het hele spectrum aan gevoelens van de voorbije jaren ruimte kan maken voor vooruitzicht. En ook al verdwijnen die zwaardere emoties niet van de ene dag op de andere, toch overheerst nu al vreugde. Alsof de puzzelstukjes eindelijk beginnen te passen: mijn partner en ik vinden elkaar terug, mijn kinderen lijken het een plek te geven en de mensen om wie ik geef staan aan mijn zijde.

    Het voelt alsof alles langzaam in zijn plooi valt. Spannend, angstaanjagend, maar vooral mooi!

  • De voorbije dagen voelde ik een mengeling van opluchting, trots en tegelijk een onverwachte druk. Mijn coming-out verliep verrassend goed en de reacties waren warm en oprecht. Het soort reacties dat even doet geloven dat dit misschien allemaal goed komt.

    Toch merk ik dat die steun ook een last meebrengt. Niet omdat iemand iets van mij eist, maar omdat ik nu voel dat ik moet blijven doorgaan, evolueren, transformeren. Terwijl ik eigenlijk vooral nog keihard aan mezelf moet werken. Samen met mijn gezin, want zij zitten mee op deze rollercoaster, al hebben ze hun eigen ritme.

    Soms denk ik dat ik het te snel verteld heb aan te veel mensen. De roes van de eerste dagen is voorbij en de realiteit staat opnieuw aan de deur. De twijfel die even verstopt zat, schuift opnieuw naar voren.

    Nu alles gezegd is, beland ik in een tussengebied. De woorden zijn eruit, maar aan de buitenkant blijft veel nog hetzelfde. En zodra de adrenaline van de steunende reacties wegebt, komen de tegenstrijdige gevoelens weer boven drijven.

    Toen ik onlangs mijn blog herlas besefte ik dat ze al even een rode draad in mijn leven zijn. En het feit dat ik ze vandaag nog steeds voel, toont hoe veel verwerking mij nog te wachten staat. Het is een teken dat ik nog midden in het proces sta. Dat ik mezelf tijd moet gunnen. Dat ik niet elke week een nieuwe versie van mijzelf hoef te worden.

    Ik ben er nog niet, maar ik ben onderweg.

  • Na 4,5 maanden hormoontherapie is de dysforie volledig weggetrokken. Wat overblijft is stilte. Zonder het verzet van vroeger is ook de drang tot verandering vervaagd. Alsof de noodzaak om te worden verdwijnt zodra het moeten ophoudt.

    Daardoor zet ik mijn transitie nu verder op rede. De medische afspraken volgen elkaar op omdat ik me in een stroom bevind waarin het ene het andere in gang zet. Britt komt enkel dan nog tevoorschijn. De rest van de tijd leef ik in relatieve rust.

    En dat doet me twijfelen. Het maakt dat ik me soms afvraag of ik nog vooruit wil gaan. Of deze stilte een tijdelijke adempauze is, of het nieuwe normaal. Moeten de fundamenten van mijn leven blijven daveren terwijl de dysforie verdwenen is?

    Je weet pas wat je hebt, wanneer je op het punt staat het kwijt te spelen.
    En momenteel sta ik precies op dat punt. Beangstigend, maar tegelijk ook zeldzaam mooi. Alle emoties zijn sterk. Eerlijk. Bij de mensen waarvan ik hou, maar evengoed bij mezelf. De verborgen, donkere passagier is verdwenen en in die leegte voel ik voor het eerst ruimte om gewoon mezelf te worden. En te aanvaarden.

    You’re so mean when you talk about yourself,
    Change the voices in your head
    Make them like you instead

    Pretty, pretty please, don’t you ever, ever feel
    Like you’re less than fuckin’ perfect
    Pretty, pretty please, if you ever, ever feel like you’re nothing
    You’re fuckin’ perfect to me

  • Het aantal coming-outmomenten neemt toe. En alhoewel het meestal bevrijdend is, mag het al stilaan stoppen. Het begint te voelen alsof ik aan iedereen apart iets moet uitleggen — alsof mijn identiteit telkens opnieuw moet worden goedgekeurd voor ze mag bestaan.

    Die gedachte is vooral gegroeid na mijn laatste ervaring. De persoon in kwestie keek me zichtbaar geschrokken aan, zei verkrampt dat ik niet moest verwachten dat ze me anders zou aanspreken, en voegde eraan toe dat ze het moeilijk heeft met dat onderwerp. Achteraf kwam er wel begrip, maar het blijft door mijn hoofd spoken.

    Ik begrijp dat zo’n gesprek bij sommigen ongemak oproept. Verandering schuurt, zeker als het raakt aan hoe we gewoon zijn naar de wereld te kijken. Toch is het opvallend hoe vaak een coming-out nog aanvoelt als een moreel moment: alsof anderen me moeten valideren.

    Maar een identiteit is geen standpunt. Je bent het er niet mee eens of oneens, net zoals je niet akkoord gaat met iemands lengte of huidskleur.
    Er valt niets te beoordelen. Alleen te erkennen dat iedereen zijn eigen waarheid leeft, ook als die buiten het vertrouwde kader valt.

    Ik hoop dat het ooit zover komt dat zulke gesprekken niet langer beladen zijn. Dat een mededeling gewoon een mededeling mag zijn zonder verklaring, debat of oordeel. Want zolang er meningen bestaan, heb ik bevestiging nodig — en zolang ik bevestiging nodig heb, bestaan die meningen. En zo houd ik, ongewild, het systeem in stand dat ik eigenlijk wil overstijgen.

    I keep fighting voices in my mind that say I’m not enough
    Every single lie that tells me I will never measure up

    The only thing that matters now is everything you think of me