• Ik wil niet voortdurend nadenken over gender, passing, mijn stem, mijn gezicht, mijn gezin en wat mijn transitie met iedereen rondom mij doet. Ik wil gewoon normaal zijn.

    Maar wat betekent dat? Misschien bedoel ik niet dat ik een man wil zijn. Misschien wil ik vooral niet zichtbaar transgender zijn. Ik wil niet door die ongemakkelijke overgang. Ik wil niet degene zijn die na bijna vijftig jaar het vertrouwde beeld van zichzelf en zijn gezin overhoop haalt. Maar dat laatste is natuurlijk een illusie. Ik kan niet blijven wachten tot mijn omgeving het initiatief neemt. Voor hen is niets veranderen de beste optie. Als ik zelf niets doe, kan deze situatie nog heel lang blijven bestaan.

    Ik heb veel redenen gevonden om te wachten. Mijn herstel na FFS. Mijn pruik. Mijn stem. De kinderen. Deborah. De vakantie. Het juiste moment. Het zijn niet allemaal excuses. De gevolgen zijn reëel. Mijn huwelijk kan hierdoor veranderen of zelfs eindigen. Mijn kinderen kunnen het moeilijk krijgen. Ik kan ontdekken dat sociaal leven als Britt helemaal niet zo bevrijdend is als ik hoop. Er bestaat geen garantie dat dit goed afloopt.

    Maar er bestaat ook geen moment waarop iemand anders voor mij zal beslissen wat ik wil of — in voorkomend geval — dat het nu veilig genoeg is om Britt te zijn. Die keuze zal ik zelf moeten maken. En daarna zal ik ook zelf het initiatief moeten nemen om naar die keuze te leven en de gevolgen ervan te aanvaarden.

    Transgender zijn heb ik niet gekozen. Wat ik ermee doe, zal ik uiteindelijk wel zelf moeten kiezen. Transitioneren heeft een prijs. Niets doen ook. De vraag is niet welke keuze niets kost.

    De vraag is welke prijs ik bereid ben te betalen.

  • Sinds mijn FFS ligt mijn transitie stil. Dat klinkt vreemd, want die operatie was net een van de grootste stappen die ik tot nu toe gezet heb. Ze was zwaar, lichamelijk en mentaal. Ik had er lang naartoe geleefd. En toch lijkt het alsof ik daarna ergens ben blijven hangen. Ik weet niet goed waarom. Of misschien wil ik het niet helemaal weten.

    Daarnet zette ik stiekem even mijn pruik op. Ik had me geschoren, gezichtscrème opgedaan, en toen kwam die pruik. Mijn eerste gevoel was heel duidelijk. Heel even was daar gewoon opluchting. Maar toen keek ik beter in de spiegel en zag ik opnieuw wat ik op zulke momenten zo vrees te zien: een man met een pruik. Mijn maag versteende.

    Dat moment maakt het moeilijk om mezelf wijs te maken dat ik dit allemaal eigenlijk niet wil. Want die eerste reactie was er ook. Het verlangen is er dus nog. Misschien is de moeilijkere waarheid dat ik niet zozeer bang ben om Britt te zijn, maar om zichtbaar een transvrouw te zijn. En dat verschil begint steeds belangrijker te voelen.

    De sociale consequenties kun je niet onder narcose afhandelen.

    Ik ben bang voor wat er verandert wanneer mijn transitie echt zichtbaar wordt. Voor hoe mensen naar mij zullen kijken. Voor het verlies van de vanzelfsprekendheid waarmee ik nu door de wereld beweeg.

    En vooral voor mijn gezin. Het moeilijkste is misschien niet eens dat mijn gezin kan veranderen, maar dat ik het gevoel heb dat ík degene ben die die verandering veroorzaakt. Mijn kinderen blijven mijn kinderen. Mijn relatie, onze geschiedenis, ons gezin verdwijnen niet plots. En toch ben ik bang voor iets veel subtielers: dat hun blik op mij verandert. Hoe is het wanneer Britt niet meer af en toe verschijnt, maar gewoon degene is die ’s morgens aan de ontbijttafel zit?

    Ik wil mezelf kunnen zijn. Maar tegelijkertijd wil ik dat er zo weinig mogelijk verandert.

    Misschien probeer ik dus iets te behouden wat niet helemaal te behouden valt: veranderen zonder dat er iets verandert. En daar zit ook schuldgevoel in. Want wat als mijn vrijheid om mezelf te worden betaald wordt met het verlies van een stukje vanzelfsprekendheid voor de mensen van wie ik hou? Wat als mijn kinderen zich moeten verantwoorden, vragen krijgen, zich bekeken voelen? Wat als ons gezin plots door anderen anders wordt gezien?

    Ik merk hoe snel mijn hoofd al die mogelijke gevolgen invult voordat ze überhaupt gebeurd zijn. Hoeveel van mijn uitstel is werkelijk bezorgdheid om mijn gezin, en hoeveel gebruik ik mijn gezin als een veilige reden om mijn eigen angst niet onder ogen te hoeven zien? Zolang ik niet helemaal doorga, blijft alles min of meer op zijn plaats. Ik hoef Britt niet op te geven, maar ik hoef ook nog niet volledig te ontdekken wat haar aanwezigheid verandert.

    Het is een comfortabele tussenruimte. En tegelijk helemaal niet.

    Daarbovenop merk ik hoeveel het maatschappelijke beeld van transmensen zich in mijn hoofd heeft genesteld. Ik lees te vaak reacties op sociale media. Reacties waarin transmensen worden voorgesteld alsof ze iets vragen van de rest van de wereld. Alsof hun bestaan een discussiepunt is. Alsof gezien en gerespecteerd worden iets is waarvoor eerst toestemming moet worden gegeven.

    Soms merk ik dat ik dat beeld zelf begin over te nemen. Alsof mezelf mogen zijn een gunst is. Misschien is dat wel een van de lelijkste kanten van geïnternaliseerde transfobie: dat je op den duur niet meer alleen bang bent voor het oordeel van anderen, maar dat je dat oordeel zelf begint uit te spreken.

    Zelfs wanneer je alleen voor de spiegel staat.

    Want toen ik daarnet dacht: man met een pruik — was dat werkelijk alleen mijn blik? Of keek er ondertussen een heel denkbeeldig commentaarvak met me mee? Hoeveel van wat ik in de spiegel zie, zie ik werkelijk zelf — en hoeveel heb ik geleerd te zien door de ogen van mensen die mij liever niet zouden zien?

    Misschien is dat precies waar ik nu zit. Niet bij de vraag of ik nog verder wil. Maar bij de vraag wat mij tegenhoudt wanneer ik het wil.

  • We zijn net terug van een roadtrip van veertien dagen. Een van onze haltes was de Ardèche.

    Op een namiddag zat ik op het terras daar en keek naar het berglandschap voor me. De lucht was helderblauw. Ik voelde de diepe warmte van de zon op mijn huid en boven me schoten zwaluwen door de lucht. Er hing een geur van salie en anijs.

    En plots moest ik denken aan boeken die ik graag gelezen heb. Verhalen die zich afspeelden in het mysterieuze Zuid-Frankrijk, tegen een achtergrond van oude dorpen, Katharen en kruistochten.

    We waren al vaker in Zuid-Frankrijk geweest, maar nooit eerder had ik zo sterk het gevoel dat ik iets herkende uit die boeken. Niet een plaats of een bepaalde scène. Het was eerder de sfeer: de warmte, de geuren, het landschap. De zwaluwen in de blauwe lucht. Ik vond het heerlijk om te kunnen voelen wat ik jaren geleden had gelezen. Alsof ik voor even niet meer vanop een terras naar Zuid-Frankrijk zat te kijken, maar een beetje deel werd van het verhaal zelf.

    Ik dacht aan schrijvers die zoiets met woorden kunnen oproepen. Hoe bijzonder het eigenlijk is dat iemand een landschap, een geur of een gevoel kan beschrijven en dat het jaren later ergens in je geheugen blijkt te zitten wachten.

    Mijn zorgen waren alleszins even ergens anders.

  • Mentaal lijkt het alsof ik soms ter plaatse blijf trappelen. Dat is frustrerend, want mijn verlangen om Britt te zijn is niet kleiner geworden. Ik voel elke dag dat dit is wie ik ben.

    Toch bots ik telkens opnieuw op dezelfde muur. Angst.

    Soms zie ik een trans vrouw bij wie haar mannelijke verleden nog duidelijk zichtbaar is. Ik voel dan een steek in mijn buik. Niet omdat ik haar veroordeel. Integendeel, ik heb bewondering voor haar moed. Die reactie zegt vooral iets over mezelf. Ik ben bang dat mensen ooit op dezelfde manier naar mij zullen kijken. Dat ze niet Britt zullen zien, maar vooral de man die ze denken te herkennen.

    Ik merk ook dat ik moeite heb om uit mijn comfortzone te stappen. Zolang ik  veilige stappen zet, voelt alles beheersbaar. Maar zodra een volgende stap zichtbaarder wordt, begin ik te twijfelen. Dan zoek ik argumenten om nog even te wachten. Tot na de zomer. Tot na de operatie. Tot later.

    Misschien is dat gewoon uitstelgedrag. Misschien ook zelfbescherming.

    Als ik met mijn gezin en onze hond door een dorp of stad wandel, kijken, knikken en glimlachen mensen. En ik geniet daarvan, omdat ik dan het gevoel heb er eibndelijk bij te horen. Ik ben de herkenbare buurman, de vader, de echtgenoot. Mensen kennen die rol. Ze aanvaarden me.

    Maar wat als die warme blikken ooit veranderen? Wat als die glimlach plaatsmaakt voor ongemak? Wat als mensen eerst twee keer kijken? Wat als mijn transitie ook gevolgen heeft voor mijn gezin? Wat als wij niet langer gewoon  zijn, maar een uitzondering worden? En soms ben ik zelfs bang dat we daardoor met vijandigheid of geweld geconfronteerd zouden kunnen worden.

    Misschien is dat wel de kern van mijn worsteling. Mijn transitie gaat niet alleen over transformeren naar de persoon die ik altijd al ben geweest. Ze gaat ook over het risico om iets te verliezen van wat ik vandaag heb opgebouwd.

    Ik leef voortdurend tussen die twee werelden. Aan de ene kant staat Britt, die al haar hele leven wacht om eindelijk volledig zichtbaar te mogen zijn. Aan de andere kant staat Bart, die een mooi leven heeft opgebouwd, met een partner, twee kinderen, vrienden, collega’s en een plaats in de gemeenschap.

    Het is gemakkelijk om te zeggen dat je gewoon jezelf moet zijn. Maar zo eenvoudig voelt het niet. Er staat veel op het spel. Niet alleen voor mij, maar ook voor de mensen van wie ik hou.

    Soms vraag ik me af of het gebrek aan moed is. Misschien is dat gedeeltelijk waar. Maar ik denk dat het ook de angst is voor verandering. De angst om niet meer te voldoen aan het beeld dat anderen jarenlang van mij hebben gehad. De angst om niet langer te kunnen conformeren.

    En misschien is dat wel de echte reden waarom mijn transitie soms lijkt te slabakken. Niet omdat ik twijfel aan wie ik ben, maar omdat ik nog altijd probeer te verzoenen wat mijn hart verlangt met wat ik dreig te verliezen.

  • Na een uitstel van 14 dagen wegens een oncologisch spoedgeval in het UZ Gent, tel ik vandaag 5 weken na de operatie. Na een spannende opname, een hevige eerste nacht (wie heeft die nutteloze kartonnen overgeefschoteltjes bedacht?) en een hevige en slapeloze overlevingsweek, gaat mijn lichaam elke dag wat meer in genezingsmodus. Al laat het me nog net iets te vaak voelen dat een volledig herstel niet voor meteen zal zijn.

    Maar mijn aangezicht begint te ontzwellen en die verdoofde kin en onderlip zijn aan hun hersteltraject begonnen. Stilaan durf ik weer meer in de spiegel te kijken. Waar ik de eerste weken vooral een patiënt zag, begin ik nu af en toe al een glimp op te vangen van het resultaat waarvoor ik dit traject ben aangegaan.

    De emoties blijven dubbel. Uiteraard ben ik blij dat alles goed verlopen is. Ik voel me zelfs geprivilegieerd dat ik dit traject kan afleggen. En tijdens de nog zeldzame momenten waarop ik in de spiegel een gezicht zie dat iets meer aansluit bij hoe ik mezelf altijd al heb gezien, voel ik zelfs een vorm van euforie.

    Maar het vertrouwen dat het huidige resultaat slechts een fractie is van wat het binnen enkele maanden zal worden, blijft wankel. Rationeel weet ik dat vijf weken niets is op een hersteltraject van zes maanden tot een jaar. Ik weet dat zwelling, weefselherstel en zenuwregeneratie nog maanden zullen doorgaan. Maar emoties laten zich niet altijd overtuigen door ratio. Op moeilijke dagen zie ik vooral wat er nog niet is. Op betere dagen zie ik voorzichtig wat er aan het ontstaan is.

    En ondertussen gaat het leven verder alsof er niets aan de hand is. Het werk gaat door, de kinderen gaan naar school, de grasmaaier wacht op me, de boodschappen moeten gedaan worden. Terwijl er onder mijn huid en in mijn hoofd iets fundamenteels aan het veranderen is, verwacht de wereld niet meer dan dat ik gewoon verder doe.

  • Over exact veertien dagen is de ingreep achter de rug. Dan zit ik thuis met een opgezwollen gezicht, me af te vragen wat ik in hemelsnaam heb gedaan en waarom.

    De cocktail aan gevoelens die daarbij hoort, is moeilijk te vatten. Mijn schouder staat strak van de spanning, mijn maag ligt in een knoop, en die kriebel in mijn keel voelt plots minder banaal dan een restje verkoudheid.

    Alles komt samen: verwachting, twijfel, opluchting, angst.

    Wanneer mensen me vragen of ik zeker ben, antwoord ik vaak te snel, te makkelijk. Alsof dat de vraag afsluit. Alsof “ja” voldoende is om de complexiteit ervan weg te duwen. Maar de gedachte om een gezond gezicht te laten opereren zonder exact te weten wat het resultaat zal zijn, is niet niks. De wetenschap dat deze onomkeerbare ingreep mijn leven, en dat van de mensen rond mij, een andere richting uitstuurt, weegt.

    Ben ik zeker? Natuurlijk niet.

    En toch voelt het tegelijk onvermijdelijk. Dit is geen plotse ingeving, geen fase, geen bevlieging. Dit is iets wat al jaren onder de oppervlakte zit, zich stil maar hardnekkig heeft opgebouwd, en zich niet meer laat wegduwen.

    Zekerheid is ook niet het punt.
    Dit moet.

  • De afgelopen maanden leek alles langzaam op zijn plaats te vallen. Mijn gezin groeit mee in mijn traject. Collega’s reageren ondersteunend. Medische stappen volgen elkaar op. Objectief bekeken ligt de weg naar mijn transitie open.

    En toch merk ik dat, hoe dichter ik bij die realiteit kom, hoe vaker twijfel en angst opduiken. Niet luid of dramatisch, maar als een soort mentale stroperigheid. Alsof mijn gedachten trager worden. Alsof ik vast begin te zitten.

    Soms vraag ik me plots af of ik dit wel echt wil. Die vraag komt niet omdat er iets veranderd is in de omstandigheden. Integendeel. De omstandigheden zijn beter dan ik ooit had durven hopen. Misschien is dat precies het punt. Tot nu toe zat mijn traject vooral in voorbereiding. Laserbehandelingen, hormonen, logopedie, gesprekken, plannen maken en FFS vastleggen. Allemaal stappen vooruit, maar nog altijd in de sfeer van “het traject”. Je kan daar nog een beetje naast blijven staan. Alsof het ergens naartoe leidt, maar nog niet volledig realiteit is.

    Nu begint het anders te voelen. Mijn gezin beweegt mee. Mijn lichaam verandert. De operatie staat voor de deur. Het wordt concreet. En dat is precies het moment waarop mijn brein lijkt te zeggen dat we even moeten wachten. Niet omdat ik plots iemand anders wil zijn. Maar omdat ik iets ga loslaten dat ik zevenenveertig jaar ben geweest. Zelfs als die identiteit nooit volledig klopte, was ze wel vertrouwd. Ze gaf structuur aan mijn leven.

    Wanneer zo’n grote verandering dichterbij komt, voelt het verleden plots minder intens. De gevoelens die ooit zo duidelijk waren, lijken afgevlakt. Ik merk dat ik mezelf soms bewust moet herinneren aan hoe sterk bepaalde gevoelens waren voordat ik dit traject begon. Je zou verwachten dat alles helderder wordt naarmate je dichter bij een beslissing komt. In werkelijkheid lijkt het soms omgekeerd te gebeuren. Alsof het brein de spanning probeert te verminderen door alles wat minder scherp te maken.

    Daar komt nog vermoeidheid bij. Een transitie is niet alleen een persoonlijk proces. Het is ook een relationeel, praktisch en medisch traject. Je denkt na over je leven, je partner, je kinderen, je werk en je omgeving. Je tracht jezelf te aanvaarden, plant gesprekken, afspraken, timing en gevolgen. Dat vraagt energie. Veel energie. Na maanden in die spanning te zitten merk ik dat mijn systeem gewoon moe wordt. En wanneer je moe bent lijkt de eenvoudigste oplossing plots aantrekkelijk. Misschien moet ik gewoon stoppen. Niet omdat het beter zou zijn. Maar omdat het eenvoudiger lijkt.

    Verandering wordt vaak voorgesteld als een helder verhaal van bevrijding en vooruitgang. In werkelijkheid voelt het soms rommelig. Een mengeling van opluchting, rouw, angst, hoop en vermoeidheid. Allemaal tegelijk.

  • Onlangs vroeg de psychologe hoe ik me voelde bij het vooruitzicht van FFS. Ik moest langer nadenken dan ik verwacht had. Hoe kijk je uit naar een ingrijpende, pijnlijke operatie die je vrijwillig ondergaat, terwijl je het resultaat alleen maar kan inschatten? Je weet wat je ongeveer wil. Je weet waarom. Maar je weet niet wie je precies in de spiegel zal aankijken en hoe je je daarbij zal voelen.

    Het is geen medische noodzaak in de klassieke zin. Ik ben niet ziek. Ik ga een gezond gezicht laten openmaken en hervormen. Dat blijft een vreemd idee. En toch heb ik dit pad zelf gekozen. Bewust. Doordacht. En ik sta er nog steeds achter, ook al voel ik me vaak schuldig en angstig.

    Misschien is dat net wat het zo surreëel maakt.

    Dat gevoel wordt vergroot omdat het vooral in de marge aanwezig is. Het sluimert tussen afspraken, werk, school en gewone dagen. Het is groot, maar ‘scenario 3’ houdt het klein. Alsof het pas echt mag bestaan wanneer het voorbij is. Wanneer dat ook mag zijn.

    Tot nu toe was FFS een toekomstbeeld. Een strategie. Een logische stap in een groter plan. Nu wordt het stilletjes, bijna stiekem, echt. Een operatiezaal. Zwelling. Pijn. Weken waarin mijn gezicht niet van mij zal voelen.

    Ik kijk er niet naar uit. Ik kijk er ook niet van weg. Het voelt minder als verlangen en meer als bereidheid.

  • Situatie gewijzigd van Patricia van Laerhoven is een openhartig verhaal over wat er gebeurt wanneer je partner na bijna twintig jaar huwelijk beslist om als vrouw verder te leven. Patricia is bijna vijftig wanneer haar echtgenoot Kim in transitie gaat, omdat hij niet langer kan aanvaarden wie hij níet is. Het boek wordt verteld vanuit het perspectief van de partner.

    Ik las het vrij vroeg in mijn traject. Het leest vlot, maar het verhaal is opvallend mild. De scherpe, ongemakkelijke randen blijven op de achtergrond waardoor het voor mij niet echt binnenkwam. Toch heb ik het in één ruk uitgelezen. Omdat ik herkenning vond. In de verwarring. In de zoektocht. In het zoeken naar taal voor iets dat je leven herschikt zonder dat je daar zelf voor gekozen hebt.

    Later hoorde ik Patricia in de podcast ‘transpartners’ vertellen dat haar huwelijk het uiteindelijk niet gehaald heeft. Dat detail kwam wél binnen.

  • In de jaren ’90 vertelt Laurence aan zijn vriendin dat hij vrouw wil worden. Wat volgt is een tien jaar durende botsing tussen liefde, identiteit en een samenleving die daar niet op zit te wachten.

    De film gaat over een transitie, maar vooral over een liefde die groter wil zijn dan alles. Over een partner die mee probeert te bewegen. Over een samenleving die vooral oordeelt.

    De trailer van Laurence Anyways bezorgde me kriebels tot in mijn ruggengraat. Omdat de film niet te streamen is zonder een vierde abonnement te starten, heb ik hem op de ouderwetse manier gekocht. Tijd om de dvd-speler van zolder te halen.

Is dit je nieuwe site? Log in om beheerdersfuncties te activeren en dit bericht te negeren
Inloggen