Onlangs vroeg de psychologe hoe ik me voelde bij het vooruitzicht van FFS. Ik moest langer nadenken dan ik verwacht had. Hoe kijk je uit naar een ingrijpende, pijnlijke operatie die je vrijwillig ondergaat, terwijl je het resultaat alleen maar kan inschatten? Je weet wat je ongeveer wil. Je weet waarom. Maar je weet niet wie je precies in de spiegel zal aankijken en hoe je je daarbij zal voelen.

Het is geen medische noodzaak in de klassieke zin. Ik ben niet ziek. Ik ga een gezond gezicht laten openmaken en hervormen. Dat blijft een vreemd idee. En toch heb ik dit pad zelf gekozen. Bewust. Doordacht. En ik sta er nog steeds achter, ook al voel ik me vaak schuldig en angstig.

Misschien is dat net wat het zo surreëel maakt.

Dat gevoel wordt vergroot omdat het vooral in de marge aanwezig is. Het sluimert tussen afspraken, werk, school en gewone dagen. Het is groot, maar ‘scenario 3’ houdt het klein. Alsof het pas echt mag bestaan wanneer het voorbij is. Wanneer dat ook mag zijn.

Tot nu toe was FFS een toekomstbeeld. Een strategie. Een logische stap in een groter plan. Nu wordt het stilletjes, bijna stiekem, echt. Een operatiezaal. Zwelling. Pijn. Weken waarin mijn gezicht niet van mij zal voelen.

Ik kijk er niet naar uit. Ik kijk er ook niet van weg. Het voelt minder als verlangen en meer als bereidheid.

Posted in

Plaats een reactie

Is dit je nieuwe site? Log in om beheerdersfuncties te activeren en dit bericht te negeren
Inloggen