Na een uitstel van 14 dagen wegens een oncologisch spoedgeval in het UZ Gent, tel ik vandaag 5 weken na de operatie. Na een spannende opname, een hevige eerste nacht (wie heeft die nutteloze kartonnen overgeefschoteltjes bedacht?) en een hevige en slapeloze overlevingsweek, gaat mijn lichaam elke dag wat meer in genezingsmodus. Al laat het me nog net iets te vaak voelen dat een volledig herstel niet voor meteen zal zijn.

Maar mijn aangezicht begint te ontzwellen en die verdoofde kin en onderlip zijn aan hun hersteltraject begonnen. Stilaan durf ik weer meer in de spiegel te kijken. Waar ik de eerste weken vooral een patiënt zag, begin ik nu af en toe al een glimp op te vangen van het resultaat waarvoor ik dit traject ben aangegaan.

De emoties blijven dubbel. Uiteraard ben ik blij dat alles goed verlopen is. Ik voel me zelfs geprivilegieerd dat ik dit traject kan afleggen. En tijdens de nog zeldzame momenten waarop ik in de spiegel een gezicht zie dat iets meer aansluit bij hoe ik mezelf altijd al heb gezien, voel ik zelfs een vorm van euforie.

Maar het vertrouwen dat het huidige resultaat slechts een fractie is van wat het binnen enkele maanden zal worden, blijft wankel. Rationeel weet ik dat vijf weken niets is op een hersteltraject van zes maanden tot een jaar. Ik weet dat zwelling, weefselherstel en zenuwregeneratie nog maanden zullen doorgaan. Maar emoties laten zich niet altijd overtuigen door ratio. Op moeilijke dagen zie ik vooral wat er nog niet is. Op betere dagen zie ik voorzichtig wat er aan het ontstaan is.

En ondertussen gaat het leven verder alsof er niets aan de hand is. Het werk gaat door, de kinderen gaan naar school, de grasmaaier wacht op me, de boodschappen moeten gedaan worden. Terwijl er onder mijn huid en in mijn hoofd iets fundamenteels aan het veranderen is, verwacht de wereld niet meer dan dat ik gewoon verder doe.

Posted in

Plaats een reactie