Mijn gezin heeft sinds mijn coming-out een golf aan emoties doorstaan. Eerlijke, ongemakkelijke en pijnlijke gesprekken vormden de aanloop naar een periode waarin alles abstract bleef. Scenario 3 gaf ons immers de ruimte om het dagelijkse leven zo veel mogelijk te laten verder stromen.
De sessies bij psychologe en artsen volgden elkaar geruisloos op. De hormoontherapie markeerde de eerste medische stap, maar de vertraagde effecten maakten dat de oestrogenen en blokkers probleemloos in de dagelijkse routine opgenomen raakten.
Toch werd langzaam duidelijk welke richting deze reis zou uitgaan. Niet door een bevrijdende aha-erlebnis, maar door een traag groeiende aanvaarding dat de dysforie zal blijven wringen zolang het geen plaats krijgt. Omdat het onmiskenbaar deel uitmaakt van wie ik ben, ongeacht of het welkom is of niet.
Met die gedachte voerde ik scenario 3 verder uit, bijna achteloos, alsof de stappen al gezet waren nog voor ik ze zelf echt voelde. Tot een datum vaststond waarop de FFS zal worden uitgevoerd. De datum waarop een echtgenoot en een vader plaatsmaken voor iets waar nog geen woorden of beelden voor bestaan. Waarop een stabiel en conservatief gezin zichzelf opnieuw zal moeten uitvinden.
De euforie die die datum aanvankelijk opriep, bleek uiteindelijk een trigger. Ze maakte het abstracte ineens concreet. Ze liet elk excuus om de transitie te negeren of te minimaliseren verdampen.
Vandaag, 2 jaar na de coming-out, is binnen de gezinsdynamiek de tweede fase van het rouwproces begonnen. Na ontkenning is er nu overweldigde angst, om hopelijk snel over te gaan in een stabielere fase van verliesgevoelens.
Rationeel zie ik waarom dit nodig is. Je kan niet naar iets fundamenteels nieuws zonder door deze stadia te gaan. Maar ik ben extreem bang voor wat erna komt. Want na de verliesfases volgt het moment waarop we zullen moeten uitzoeken hoe onze liefde verder kan, in een nieuwe vorm, wat die ook wordt. En dat voelt rauw omdat wat me nu hebben me bijzonder dierbaar is. Omdat mijn gezin de kern van mijn bestaan is.
Elke druppel moed die ik bezit gaat momenteel naar de zelfbeheersing om niet alles af te blazen. Om te redden wat er te redden valt. Om onze veilige bubbel vast te houden, zolang dat nog kan.
Plaats een reactie