Het aantal coming-outmomenten neemt toe. En alhoewel het meestal bevrijdend is, mag het al stilaan stoppen. Het begint te voelen alsof ik aan iedereen apart iets moet uitleggen — alsof mijn identiteit telkens opnieuw moet worden goedgekeurd voor ze mag bestaan.
Die gedachte is vooral gegroeid na mijn laatste ervaring. De persoon in kwestie keek me zichtbaar geschrokken aan, zei verkrampt dat ik niet moest verwachten dat ze me anders zou aanspreken, en voegde eraan toe dat ze het moeilijk heeft met dat onderwerp. Achteraf kwam er wel begrip, maar het blijft door mijn hoofd spoken.
Ik begrijp dat zo’n gesprek bij sommigen ongemak oproept. Verandering schuurt, zeker als het raakt aan hoe we gewoon zijn naar de wereld te kijken. Toch is het opvallend hoe vaak een coming-out nog aanvoelt als een moreel moment: alsof anderen me moeten valideren.
Maar een identiteit is geen standpunt. Je bent het er niet mee eens of oneens, net zoals je niet akkoord gaat met iemands lengte of huidskleur.
Er valt niets te beoordelen. Alleen te erkennen dat iedereen zijn eigen waarheid leeft, ook als die buiten het vertrouwde kader valt.
Ik hoop dat het ooit zover komt dat zulke gesprekken niet langer beladen zijn. Dat een mededeling gewoon een mededeling mag zijn zonder verklaring, debat of oordeel. Want zolang er meningen bestaan, heb ik bevestiging nodig — en zolang ik bevestiging nodig heb, bestaan die meningen. En zo houd ik, ongewild, het systeem in stand dat ik eigenlijk wil overstijgen.
I keep fighting voices in my mind that say I’m not enough
Every single lie that tells me I will never measure up
The only thing that matters now is everything you think of me
Plaats een reactie