Vandaag had ik verlof. Enerzijds uit noodzaak – ik moest nog wat dagen opnemen om ze niet te verliezen tegen het einde van het jaar – maar anderzijds wilde ik er ook een me-dag van maken. Een dag waarop ik de Gentse winkelstraten zou verkennen. Ik was er klaar voor en keek ernaar uit.

De dag begon echter grijs, druilerig en koud. Nadat ik de kinderen naar school had gebracht, voelde ik vooral de aantrekkingskracht van een warme deken en een film. De gedachte om me om te kleden en naar buiten te gaan, kon me niet bekoren dus gaf ik toe aan de zetel. Toch kon ik er niet volop van genieten, een stemmetje in mijn hoofd bleef herhalen dat het is nu of nooit is. Uiteindelijk sleurde dat stemmetje me met enige tegenzin richting badkamer.

Ik parkeerde mijn auto in de ondergrondse parking aan de Kouter, een strategische keuze: mocht ik me opeens onveilig voelen, dan was mijn auto dichtbij. Eens aangekomen overviel me een mix van emoties: angst en opwinding, maar ook een golf van nostalgie. Hier, op deze plek, gaven mijn partner en ik elkaar 15 jaar geleden onze eerste kus.

De paar uurtjes die ik in Gent doorbracht, waren ontspannend. Ik genoot ervan om mezelf in de weerspiegelingen van de vitrines te zien. Om kledingstukken te passen. Om vrouwen te zien passeren zonder dat kleine, knagende gevoel van frustratie dat me vroeger altijd vergezelde. Wat zij droegen, droeg ik. Wat zij uitstraalden, voelde ik ook. Ik was een van hen.

Toen ik op de Kouter even op een bankje ging zitten, keek ik naar de mensen en liet ik alles wat ik had beleefd op me inwerken. Ik voelde me goed, maar niet overdonderd door een euforisch wauw-gevoel, zoals transpersonen dat soms omschrijven. Ik miste haar te hard.

Ik keek naar de Delhaize waar ik 15 jaar geleden, vlak voor onze eerste date, snel nog muntjes kocht. Naar de straten waar we tientallen keren samen door wandelden. Met haar naast me voel ik me altijd compleet. Gelukkig. Maar er waren ook die stille frustraties, een gevoel dat ik lang niet begreep, maar dat op den duur steeds harder begon te roepen. Nu, zonder dat knagende gevoel, voelde ik vooral mijn liefde voor haar. Ik was dankbaar. Dankbaar voor al die herinneringen die op deze plek waren ontstaan. Dankbaar voor alles wat we samen al hebben meegemaakt. En bovenal: dankbaar voor alle plannen die nog voor ons liggen.

Met het besef dat die liefde veel groter is dat die stille frustraties.

Posted in

Plaats een reactie